Na de dood van hun moeder besluiten Nina en Simon op kamers te gaan in de plaats waar ze gaan studeren. Nina komt terecht in een studentenhuis in Utrecht, waar ze al snel bevriend raakt met Mart, een student die boven haar woont. Pas na maanden beseft Nina dat ze niets meer van haar broer gehoord heeft.
Na de dood van hun moeder besluiten Nina en Simon op kamers te gaan in de plaats waar ze gaan studeren. Nina komt terecht in een studentenhuis in Utrecht, waar ze al snel bevriend raakt met Mart, een student die boven haar woont. Pas na maanden beseft Nina dat ze niets meer van haar broer gehoord heeft. Tevergeefs probeert ze contact te zoeken met Simon, maar hij reageert op geen enkele oproep. Totdat hij onverwacht, om half twee 's nachts, voor haar kamer staat met de mededeling dat hij zo snel mogelijk het land uit moet. Nina besluit hem naar Italië te brengen, naar hun oom – de enige familie die ze nog hebben. Tijdens de autorit komt ze erachter hoezeer Simon in korte tijd veranderd is. Hij zit naast haar, maar de afstand tussen hen lijkt onoverbrugbaar. Dan blijkt dat bij de Italiaanse familie feiten bekend zijn over hun vader, feiten die ze nooit hebben geweten. Nina's gevoel van onbehagen slaat om in een worsteling. Kan ze aan zichzelf, aan haar eigen gedachten ontsnappen en rust vinden? Als ze een paar dagen de bergen intrekt komt Nina door een bizarre situatie oog in oog te staan met haar eigen angst.
Lees verder »
![]() |
abonneer op RSS feeds | ![]() |
deel deze pagina met je vrienden |



Els Florijn (1982) schreef drie veelgeprezen romans: Laatste nacht (2002), Schaduw van de wolf (2005) en Het meisje dat verdween (2010).
Voor Het meisje dat verdween won ze de Publieksprijs Christelijk Boek 2011, georganiseerd door EO Visie, Nederlands Dagblad en BCB.
Wat wordt er op Twitter gezegd over ?
1. Geef in één of twee zinnen je mening over dit boek.
2. Heb je een vraag aan de auteur? Stel die vraag aan de groep.
3. Noem je favoriete romanfiguur, leg uit waarom je hem of haar kiest.
4. Begrijp je Jetta? En Simon? Kun je hun karakters (gedrag) afleiden uit de roman zelf? Zijn het identificatiefiguren voor je?
5. Wat vind je van de twee verhaallijnen, die van de dagelijkse belevenissen en die van het sprookje over Roodkapje? Begrijp je de functie van het sprookje? Hoe vind je de laatste zin van het boek? Waar staat de wolf eigenlijk voor?
6. Enny de Bruijn heeft een artikel in het Reformatorisch Dagblad van 19 september 2006 geschreven waarin ze stelt dat christelijke schrijvers het moeilijker hebben dan hun seculiere vakbroeders. Iedere schrijver zal het totale leven, dus ook de duistere kant, in de ogen moeten zien, want er bestaat geen verhaal zonder conflicten en contrast, zonder kwaad tegenover goed. Een christen opereert op dit gebied vaak ‘begrensd’. Bovendien is er vaak sprake van een visie van de christelijke auteur die vaak ‘geplakt’ moet worden omdat hij (en wij) nu eenmaal hoop en christelijk geloof als onlosmakelijk verbonden zien. Of beschrijft hij gewoon de uitzichtloosheid? Wanneer is het een eerlijk verhaal? Beide aspecten (grenzen stellen aan de verbeelding én het doordenken van levensvragen vanuit een bepaald kader) zijn niet populair in modern literatuurland. Ben je het met haar stelling eens?
7. Enny de Bruijn beoordeelt het werk van Florijn in datzelfde artikel als ‘hoopgevend’. Citaat: “Florijn zit iets te veel vast aan haar eigen levensgevoel, haar seculiere hoofdpersoon denkt geen seculiere gedachten. [vind je dat ook? Noem voorbeelden!] Ook romantechnisch kan ze zich verder ontwikkelen, ze blijft wat vaag. Maar toch is zichtbaar dat ze geen genoegen neemt met vanzelfsprekendheid of gespletenheid, ze streeft ernaar om hemel en aarde met elkaar in verband te brengen in één allesomvattend kader, en dat is veelbelovend”. Ben je het met de schrijver van dit artikel eens?
8. Noem het allesoverheersende thema van het boek. Het thema is af te leiden uit de kernzin van het boek. Over welke zin gaat het dan? Spreekt die je aan?
9. Wat vind je van Maria’s opmerking: ‘Ik heb geleerd dat ik niet mijn eigen weg mag gaan. Dat ik niet belangrijk ben. Ik wilde dat niet leren. Maar mijn God heeft mij dat geleerd’ (p. 132). Past deze opmerking bij Maria?
Er zijn geen downloads bij 'Schaduw van de wolf, 2e druk'.